In april 1951 staat het 1° Communistische Chinese
Landleger onder het bevel van Generaal The-huai Peng. Hij maakt zich heel
veel zorgen over het gebrek aan getrainde en krijgsvaardige troepen. Door
deze gebreken en omstandigheden is hij gedwongen zijn toevlucht te nemen
tot het gebruik van onervaren eenheden om de vuurkracht van de Verenigde
Naties (VN) op te vangen en hun verdedigingen te overrompelen, om
vervolgens door te stoten met zijn beste eenheden. De veldslag om de Imjin
rivier illustreert deze strategie; het gaat om één van de hardste
gevechten uit het conflict.
In vergelijking met de vijand zijn de effectieven van
de VN minder talrijk maar ze bestaan uit bevoegde en perfect getrainde,
goed geleide en uitgeruste eenheden, bestaande uit talrijke veteranen
reservisten uit de tweede wereldoorlog. Het luchtruim wordt beheerst
dankzij het overwicht van de F86 Sabre op de Mig 15 en de piloten van de
VN zijn geducht doeltreffend tegenover de Chinese landstrijdkrachten. De
meeste zijn veteranen van 1940 – 1945 en zij bekampen bijna volledig
onervaren Chinezen en enkele Russen.
Peng kiest om zijn offensieve hoofdkracht los te laten
op het 1° US Korps met een doorbraak uitgevoerd door het 63° Leger,
bestaande uit de 187°, 188° en 189° Divisies. Elke divisie beschikt
over een sterkte van ongeveer 9000 manschappen en bevat een hoog
percentage aan uiterst ervaren en geharde gevechtseenheden. Het plan
voorziet op datum van 21 april 1951 een snelle vooruitgang naar de Imjin
rivier, de verbreking van het geallieerde front en de onmiddellijke
uitbating van de vordering naar Seoel via de traditionele invasiewegen.
Dit maneuver zou een groot gedeelte van het 1° US Korps afzonderen en met
de zee in de rug in het nauw drijven. Peng acht de snelheid essentieel en
voorziet dat zijn voorhoede Seoel bereikt binnen de 36 uren na de start
van het offensief. De 29° Britse Brigade, waarvan de stellingen de weg
van het 63° Leger versperren, wordt door het plan rechtstreeks aangeduid.
De 29° Brigade, onder het bevel van Brigade Generaal
Tom Brodie, is samengesteld uit de eerste bataljons van elk hierna
vernoemd regiment : de Royal Northumberland Fuseliers (de Fuseliers),
het Gloucerstershire Regiment (de Glosters) en de Royal Ulster Rifles, met
daarbij een klein belgisch Bataljon. De 25 pond kanonnen van de 45° Field
Regiment Royal Artillery (Veldartillerie Regiment) en de 4’’2
mortieren van de 170° Mortar Battery Royal Artillery (Mortierbatterij van
de Artillerie) leveren de vuursteun. Een peloton van deze laatste eenheid
maakt deel uit van elk bataljon van de brigade. Achteraan, op enkele
kilometer, bevinden zich de Centurion tanks van de 8° King’s Royal
Irish Hussars. De 29° Brigade heeft de opdracht een front te houden van
ongeveer 15 km lang (9 mijlen).
De Glosters verdedigen Castle Hill (bergkam 148) et de
bergkammen 182 en 144. Een relatief belangrijke leemte bestaat tussen deze
stellingen en een afstand van 3 kilometers verwijdert hen van de naburige
Fuseliers. Om dit gedeelte van het front te verdedigen beschikken de
Glosters over 733 manschappen, de reserves en artilleristen inbegrepen. De
eenheid staat onder het bevel van Luitenant – Kolonel
James Carne DSO (gedecoreerd met het Distinguished Service Order), aanwezig sinds
de eerste gevechten van de Koreaanse Oorlog. Het eerste contact met de
vijand geschiedt op 21 april om 22 uur, wanneer een post van 3 manschappen,
opgesteld aan Gloster Crossing, een waadbare plaats van de rivier, een 14
man sterke Chinese patrouille ontdekt. De Glosters doden er ogenblikkelijk
3 en 4 anderen worden door hun kameraden naar de andere oever gesleurd.
Omstreeks 22 uur 30, steken de Chinezen massaal Gloster Crossing over maar
hun rangen worden zwaar geteisterd op de andere oever door het
onafgebroken vuur van de luisterpost, de zware artillerie en de mortieren.
Wanneer de krioelende zwerm Castle Hill bereikt, wordt hij er ontvangen
door het krachtige en doeltreffende vuur van de A Cie.
Bij dageraad, wordt een overwogen tegenaanval van de
Glosters, in volle voorbereiding, door de Chinezen overrompeld en zwaar
mishandeld. Tijdens deze gevechten wordt Luitenant
Philip Curtis postuum gedecoreerd met het Victoria Cross omdat hij een
granaat gooide in de Castle (een observatie bunker gebouwd op Castle Hill)
en alzo een vijandelijke mitrailleur vernietigde en de
bedieningsmanschappen uitroeide. De A Cie trekt zich terug op bergkam 235,
gedoopt tot Gloster Hill, terwijl de Koninklijke Artillerie Castle Hill
bekogelt met zwaar kaliber.
Na een soortgelijke hardnekkige strijd bij dageraad
trekt de D Cie zich terug op Gloster Hill.
De B Cie slaat meerdere aanvallen af met zware
vijandelijke verliezen als gevolg. Deze Cie trekt zich echter terug op
bergkam 314 wanneer de 188° Divisie zich een weg baant tussen haar
stellingen en deze van de Fuseliers en al zo het contact met haar
achterste linie bedreigt. Nochtans hebben Chinese groepen deze kam al geïnfiltreerd
maar vanaf 10 uur 30 worden zij verjaagd.
Op 23 april ‘s morgens komt het F echelon van
Glosters aan met voedsel en munitie. 40 gekwetsten worden weggevoerd.
Omstreeks het middaguur worden de communicatiewegen afgesneden en
gecontroleerd door de Chinezen. De Glosters zijn omsingeld. Luitenant
Kolonel Carne beslist om de Glosters geen uitbraak te laten wagen maar in
tegendeel de Chinezen te verhinderen om de door hen verdedigde toegang in
te nemen. Generaal Brodie informeert Carne in de loop van de namiddag dat
een poging tot versterking van het Bataljon zou gebeuren de volgende dag.
Op dat ogenblik kennen Peng’s plannen al 24 uur
vertraging op het vooropgestelde tijdschema en de 187° Divisie is nog
slechts een schim. De bevelhebber van het 63° Leger beslist dan om met de
188° en 189° Divisies een nachtaanval uit te voeren om de Glosters te
verdrijven. De aanval start om 22 uur 30 en richt zich op de B en C Cies.
Blijkbaar kennen de Chinezen het dispositief van de B Cie niet, en
vorderen gewillig en frontaal tegenover de Britse mitrailleurs. Tijdens
hun vooruitgang worden zij in de pan gehakt. De omtrekking pogingen
brengen hen ten volle in de « killing grounds » (slachtvelden),
voorzien in de defensieve vuurplannen van de Glosters. Heel vlug ontdekken
zij echter een bestaande bres tussen de B en C Cies waarin zij talrijk
doorbreken. Door een van de helling tuimelende aanval overrompelen zij de
8° en 9° Pelotons van de C Cie. De Staf Cie en het 7° Peloton weren een
nieuwe aanval af om 04 uur maar de toestand verslechtert en brengt de
posities van de Staf van het Bataljon en de mortierstellingen in gevaar.
Carne beslist dan om ze terug te trekken op Gloster Hill alwaar de
overlevenden van de C Cie zich bij hen voegen.
Voor verdere details over het Victoria Cross uitgereikt
aan Luitenant Philip Curtis en Luitenant – Kolonel James Carne, kunt u
de uitstekende site van Mike Chapmans « Victoria Cross Refernce »
raadplegen door op de icoon hieronder te klikken.