| Home - Begin 1950 - 1951 - 1952 - 1953 - 1954-1955 |
Hoofdstuk
3
: DE KRONIEK VAN HET JAAR 1951. - Ook op de Kamina
werd de uitgave van het blad van het bataljon verder gezet.
Veel van deze exemplaren zijn niet meer beschikbaar, maar we vinden
nog in Nr.3 : " Januari 1951
- Op Zee... : een sfeerbeeld over drie weken op zee; een woordje van de
Padre; enkele raadgevingen over de hygiëne op het schip; een remedie
tegen zeeziekte; een hoekje voor de Luxemburgse vrijwilligers; instructies
hoe correspondentie vanuit Colombo dient te worden verzonden." 4 januari 1951. - Seoel wordt
heroverd door de Chinezen, die meerdere stellingen aan de overzijde van de
Han-rivier bezetten. Een geallieerd steunpunt, Soewon, 25 km ten zuiden
van Seoel moet worden ontruimd. Het
Chinese offensief loopt echter ten einde omdat de aanvoerlijnen doorheen
Noord-Korea té lang zijn en zwaar worden aangevallen door de Amerikaanse
luchtmacht. Het is nu wachten op een tegenaanval van de UNO-troepen, die
zal beginnen op 25 januari 1951. 6 januari 1951. - De vrijwilligers
op de 'Kamina' spreken boodschappen in, bestemd voor de familieleden in
België. - De 'Kamina'
bereikt Colombo in Ceylon. Er is geen post aangekomen voor de
vrijwilligers. 13 januari 1951. - De Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties stelt een 'staakt-het-vuren' voor,
zodat onderhandelingen kunnen beginnen. Dit wordt niet aanvaard door de
communistische leiders. 17 januari 1951. - Aankomst van de 'Kamina'
in Singapore. De post uit
België is niet aangekomen, wat aanleiding geeft tot irritatie bij de
vrijwilligers. De post komt
toch aan nog vóór het vertrek van de 'Kamina'. 23 januari 1951. 25 januari 1951. - Generaal Ridgway,
die sinds 25 december 1950 het bevel over de UNO-troepen had overgenomen
van generaal Mac Arthur, begint met een tegenaanval in de richting van de
38 ste breedtegraad. Deze
aanval vordert traag en zal leiden tot de herovering van Seoel, op 14
maart 1951. 26 januari 1951. - Het wetsontwerp,
dat uiteindelijk zal leiden tot de wet van 30 mei 1951 i.v.m. het statuut
van de vrijwilligers, is voor het eerst besproken in de Senaatscommissie
voor Landsverdediging. Diverse
opmerkingen en tegenwerpingen worden geformuleerd, die de inwerkingtreding
van de wet zullen vertragen. - Er is nog steeds
geen beslissing genomen over het transport van eventuele gewonden van het
bataljon, naar België. Het
transport van Korea naar Japan kan gebeuren met Amerikaanse vliegtuigen
van de medische dienst; daarna heerst onzekerheid : wellicht kan men
gebruik maken van een terugvlucht van de Belgische vliegtuigen, die de
verbinding San Francisco - Japan verzekeren en daarna gebruik maken van
een reeds bestaande route, met Britse vliegtuigen. 27 januari 1951. - De beslissing
wordt genomen om het bataljon te laten aansluiten bij een Britse Brigade.
Eerst werd gedacht aan de 27ste Britse Brigade, omdat deze
samengesteld was uit manschappen van het Commonwealth : naast Britten ook
Australiërs, Canadezen en Nieuw-Zeelanders.
De organisatie zou volgens Brits systeem gebeuren, maar wel kunnen
beschikken over Amerikaanse rantsoenen. Dit leek een voordelige oplossing,
maar later werd het bataljon aangehecht bij de 29ste Britse Brigade. 31 januari 1951. - Getalsterkte van
het bataljon : 668 vrijwilligers. - Ontscheping in
Pusan. Wegens de problemen
met de 'Kamina' had het bataljon vertraging : de aankomst was voorzien op
21 januari 1951. De
vrijwilligers worden verwelkomd door een Amerikaanse militaire muziekkapel
en een aantal personaliteiten. Het
bataljon verblijft voorlopig in Tongdae-Dong; op 10 km van Pusan, waar een
trainingsperiode van enkele weken wacht; het vroeger vertrokken
'installatiepersoneel' heeft goed gewerkt om de vrijwilligers te ontvangen. - Er stelt zich
onmiddellijk een transportprobleem. Het bataljon had in het organigram
voorzien : 56 jeeps, 25 moto's, 19 lichte vrachtwagen 3/4 ton, 25
vrachtwagens 2 1/2 en 3 ton. De Kamina bracht alleen de jeep van de
bataljonscommandant mee naar Pusan. Er diende dus een directe hulp te
komen, in de vorm van Amerikaanse voertuigen, om het bataljon operationeel
te maken. - Auditeur I. Roggen
is ook in Tokio aangekomen. Einde januari/begin februari 1951. - In Korea komen zes
vrouwelijke vrijwilligers aan, vier cantine-medewerksters en twee
verpleegsters; ze werden gekozen uit talrijke kandidaturen. Ze worden
gelijkgesteld met officieren van de lagere rangen en werken vooral ten
dienste van de zieken en gewonden van het bataljon, in Korea en Japan. 1 februari 1951. - Het bataljon wordt
verder getraind, in Korea zelf (Tongnae-Dong), tot 10 februari 1951. Het
gaat vooral om een aanpassing aan de Amerikaanse strategie en - wapens. 3 februari 1951. - Na enige
onzekerheid, bekomen de families van de vrijwilligers correcte informaties
over het zenden van pakjes naar Korea.
Kartonnen verpakkingen zijn te bekomen in de provinciale centra van
het Rode Kruis, tegen 5F/stuk. De
transportkosten bedragen 20F. De
pakjes dienen bezorgd te worden aan het Comité voor Hulp aan de
Vrijwilligers voor Korea, Vleurgatse Steenweg, 98, Brussel.
- Het 8ste
Amerikaanse leger zet de opmars naar Seoel verder, in drie colonnes,
voorafgegaan door intense bombardementen; 11 februari 1951. - Het bataljon
vertrekt vanuit Tongdae-Dong naar Waegwan (tot
maart 1951), aan de rivier Naktong en neemt er deel aan
anti-guerrilla acties (samen met het 15de Regiment van de 3de Amerikaanse
divisie) in de streek van Waegwan, tot 4 maart 1951.
Deze guerrilla was eerder zwak in dit gebied. - De
transportproblemen van het bataljon zijn gedeeltelijk opgelost omdat de
Amerikanen 10 vrachtwagens van 2,5 ton en 10 jeeps, met aanhangwagen ter
beschikking stellen van de vrijwilligers. - De Amerikaanse
generaal Ridgway bezoekt het bataljon. - Het Ministerie van
Landsverdediging publiceert een nieuwe oproep voor vrijwilligers; de
voorwaarden zijn niet gewijzigd in vergelijking met de oproep van de
herfst 1950. - In de Belgische
dagbladen wordt nu onomwonden gezegd dat het een langdurige oorlog kan
worden en niets wijst erop dat de wapens een spoedige beslissing zullen
kunnen afdwingen. Er wordt de probleemvraag gesteld : Hoe zal men het
vrijwilligersbataljon op zijn getal houden, want de mannen hebben een
dienstverbintenis van één jaar en kunnen dus op 1 oktober 1951 hun
demobilisatie opvragen. 13 februari 1951. - In diverse steden
van België en ook in Luxemburg hebben de Welfaredienst van het leger en
de Werelduitzendingen van de nationale
radiozenders berichten van familieleden opgenomen, bestemd voor de
vrijwilligers; de betreffende opnamen gebeurden van 23 december 1950 tot
30 januari 1951 en ze werden uitgezonden, bestemd voor de Kamina, in 18
uitzendingen. Op 13 februari
1951 wordt beslist een nieuwe reeks familieboodschappen op te nemen.. - Het bataljon
krijgt - in steun - enkele Koreaanse burgers, die als hulpkrachten
optreden voor karweien, graafwerken, e.d.
- Rekening houdend
met de militaire spanningen verhoogt de regering J. Pholien de legerdienst
van 12 tot 24 maanden. - De opleiding van
de vrijwilligers voor de versterkingen van het bataljon gebeuren in
Kaulille, waar de omstandigheden en de infrastructuur niet ideaal zijn.
Dit systeem zal worden gebruikt tot november 1951. - Het bataljon wordt
ondergebracht bij het 15de Infanterie-regiment van de 3de Het Belgisch bataljon in Taegu (Uit de Belgische
dagbladen). - Het bataljon is, per compagnie, ondergebracht in het
dorp Taegu. Er staat nog een gedeeltelijk verwoeste kerk, overblijfsel van
een Franse missiepost, waar de paters in 1943 verjaagd werden door de
Japanners. Verder is er een
groot tentenkamp, met elektrisch licht,
geleverd door het bataljon zelf. In
een centraal gelegen tent is de 'war room' van de staf van het bataljon.
Er zijn dag-en-nacht schildwachten rondom het dorp.
Bij etenstijd schuiven allen aan bij de keukentent; de voeding is
goed en voldoende, maar velen vinden toch dat er te veel tomatensaus en maïs
wordt verstrekt en eerder weinig brood en aardappelen. Het kamp wordt ook
bevolkt door kleine Koreanen, die hun diensten aanbieden : schoenen
poetsen, de was doen, de uitrusting onderhouden, ... tegen een vergoeding
van 300 won, wat overeenkomt met ongeveer 3 frank.
Ondanks de inspannende training, zijn er nog wel wat vrije uren,
die de manschappen kunnen doorbrengen in de kantine of ze gaan naar het
Koreaanse dorp, op verkenning. Ondanks het verbod, wordt daar inlandse
alcohol gekocht en het gebeurt wel eens dat een paar vrijwilligers te laat
terugkeren naar het tentenkamp of dat er een incidenten wordt gemeld met
Koreaanse burgers. Toch is
het moreel uitstekend en wordt de training ijverig verder gezet. - - Het bataljon
vertrekt, per spoor, vanuit
Waegwan en komt aan in Yongchon-Dong, nabij Suwon.
De vrijwilligers blijven er tot 21 maart 1951; ze nemen posities
in, ten zuiden van de Han en voeren patrouilles uit, aan de overzijde van
de Han. - Het bataljon neemt
stellingen in bij de Han-rivier, tot 21 maart 1951.
Het bataljon vervangt het 1ste Amerikaanse bataljon van het 15de
Infanterie-regiment in stellingen ten zuiden en ten oosten van Seoel.
De verplaatsing gebeurt met door de Amerikanen geleende voertuigen. 14 maart 1951. - De UNO-troepen
heroveren Seoel. De
stellingenoorlog kan beginnen, wat zal leiden tot een stabilisatie van het
front in de omgeving van de 38ste breedtegraad. - De 3de Amerikaanse
Divisie begint met de uitgave van een dagelijks informatie
1 - Luitenant P.
Beauprez sneuvelt bij een verkenningsactie, in Tchu-Dong.. - Het bataljon
beschikt nu over vrachtwagens en steekt de Han-rivier over. - Soldaat G. Gobert
wordt vermist tijdens de operaties, op 21 maart 1951; hij zal later
overlijden in gevangenschap, op 12 november 1951, in Kamp 5, in Pjongyang.
Hij was gewond tijdens het gevecht en overlijdt aan de gevolgen van een
blindedarmontsteking. Soldaat Gobert moest, samen met een andere
vrijwilliger, een radiopost afleveren bij één van de Belgische
compagnies; ze werden daarbij onder vuur genomen.
Gobert keerde niet terug in de stelling; een uitgezonden patrouille
vond zijn helm en een halsdoek terug, maar de man zelf was verdwenen,
gevangen genomen door de Chinezen. - Het bataljon
vordert, via Nung-ni en Tokchen-ni, om Su-dong te bereiken op 23 maart. - De C-compagnie
bezet heuvel 155 in een 'all-round' opstelling, in de omgeving van
Nidjongbu. Het 3de peloton
bevindt zich op een uitloper van deze heuvel en is de eerste Belgische
eenheid die wordt aangevallen.
- Soldaat F.
Rottiers sneuvelt op deze heuvel, bij een Chinese aanval in de loop van de
nacht. Uit onderzoek ik gebleken dat F. Rottiers getroffen werd door een
bajonetsteek. Zijn
overbrenging naar de eerste hulppost verliep erg traag en... - Zes (of acht)
Chinezen sneuvelen in de onmiddellijke omgeving van de Belgische positie. - Later wordt, in de
Belgische linies, een gewonde Chinees gevonden, die telefonische
inlichtingen aan het doorgeven was naar de achterhoede. -
- Het 3de peloton bevond zich op een uitloper in het
Noord-Oosten van de stelling. - De Amerikanen hadden de stelling veroverd in de loop van
de morgen van 23 maart 1951 en wij hadden de posities overgenomen rond
16u. - De Chinezen hadden daar veel loopgraven en
schuttersputten gegraven en omdat de avond inviel, kregen de
pelotonscommandanten het advies om op de belangrijkste plaatsen gebruik te
maken van de gegraven schuilplaatsen; op die manier dienden de mannen geen
nieuwe schuilplaatsen te graven. - Elk peloton beschikte over een aantal slaapzakken, ten
dienste van de vrijwilligers, die niet 'van wacht' waren.
De vrijwilligers mochten zich niet uitkleden, tijdens de nacht, op
deze stelling. - Elke sectie leverde 2 manschappen voor de wacht, dus zes
schildwachten voor het 3de peloton. - Het aantal Chinezen dat de aanval uitvoerde kon niet
worden geschat en hetzelfde geldt voor het aantal door het 3de peloton
gedode Chinezen, omdat de Amerikanen, tijdens de verovering van heuvel
155, ook Chinezen hadden gedood. Uit een korte verkenning, in de loop van
24 maart 1951, werd vastgesteld dat waarschijnlijk 8 Chinezen door de
Belgen werden gedood. - De generaals Mac
Arthur en Ridgway brengen een kort bezoek aan het bataljon.
Volgens de dagbladen zou generaal Mac Arthur tegen de Belgen gezegd
hebben : "Wees voorzichtig."; de vrijwilligers ontkennen dit ten
stelligste. - Het bataljon
vordert, via Chung-se, Majon-ni en Sangnae-ni, waar het 187ste Amerikaanse
bataljon wordt afgelost, op 29 maart 1951.. - Het bataljon heeft
668 manschappen ter plaatse; 32 manschappen zijn niet inzetbaar wegens
ziekte of verwondingen. Het
inzetbaar effectief omvat 39 officieren, 117 onderofficieren en 480
korporaals en soldaten. - Het bataljon
vordert, via Yon-dong, naar Kwangsuwon, waar het aankomt op 4 april 1951
en wordt ingedeeld bij de 29ste Britse Brigade. 3 april 1951. - In het kamp van
Beverlo zijn 275 vrijwilligers aangekomen voor een opleiding van meerdere
weken; het gaat om de eerste versterking van het bataljon in Korea. - Majoor geneesheer
A. Guérisse komt aan bij het bataljon, ter versterking van de medische
dienst, waar slechts één dokter aan het werk is, onderluitenant
geneesheer P. Derom. Elke compagnie beschikt over een medische hulppost
met twee verplegers; in het hoofdkwartier van het bataljon zelf werkt de
centrale medische dienst, met de dokters. Voor het afvoeren van de zwaar
gekwetsten wordt beroep gedaan op Amerikaanse helikopters; tijdens de
gevechten aan de Imjin brengen de helikopters vijftien zwaargewonde Belgen
naar Amerikaanse chirurgische hospitalen. - Het bataljon neemt
stellingen in bij de Imjin-rivier. De
Belgen zijn dan ingedeeld bij de 29ste Britse Brigade, vanaf 2 april 1951. - Het bataljon
bevindt zich niet echt 'in lijn', samen met de drie bataljons van de 29ste
Britse Brigade, maar beheerst en verdedigt twee bruggen over de rivieren
Imjin en Hantan-Gang. Het is voor de Belgen onzeker of het gaat - wegens
een aarzelende houding van het commando der UNO-troepen - om een
defensieve - of een offensieve stelling. Het bataljon bevindt zich ten
Noorden van de Imjin op een afstand van ongeveer 1 km van bevriende
stellingen : het bataljon van de Northumberlands van de 29ste Britse
Brigade en het 65ste Amerikaanse Regiment; vóór de Belgische positie
bevonden zich enkele door de Chinezen bezette heuvels. achter hun positie
is er een hoge rotskam en de twee bruggen, die bij een eventuele
terugtocht zouden moeten worden overschreden. - In Pusan heeft een
indrukwekkende plechtigheid plaats op de UNO begraafplaats, met deelname
van vertegenwoordigers van alle deelnemende landen, on leiding van
generaal M. Ridgway, bevelhebber van het 8ste Amerikaanse leger. Er is ook een Belgisch erepark voorzien, waar reeds luitenant
P. Beauprez en soldaat F. Rottiers rustten. - Een patrouille
onder leiding van kapitein-commandant Poswick en onderluitenant Fichefet,
met 4 manschappen steekt de Imjin over.
Er worden geen Chinezen ontmoet. De reden hiervoor is dat de
Chinezen dikwijls een 'niemandsland' van 10 km openlaten tussen de twee
stellingen, zodat verkenningspatrouilles dikwijls zonder resultaat
blijven. - Generaal D.
MacArthur wordt vervangen door generaal M. Ridgway. MacArthur diende, als opperbevelhebber van de UNO-strijdmacht,
met grote groepen te werken, maar verloor toch ook de problemen van de
kleinere eenheden niet uit het oog. Een
voorbeeld : toen dokter A. Guérisse bij zijn aankomst in Korea, geen
transport had om zich bij het bataljon te voegen, stelde MacArthur zijn
persoonlijk vliegtuig ter beschikking; hij was op de hoogte van de
moeilijke toestand van het bataljon, op medisch gebied, want er was
slechts één dokter, onderluitenant geneesheer P. Derom. - De B- en de
C-compagnie steken de Imjin over, met behulp van drie Britse
Centurion-tanks en rukken op tot 1500m over de Imjin.
Ze ontmoeten geen Chinezen. - Berekeningen
wijzen uit dat dringend een versterking van 150 vrijwilligers naar Korea
dient te worden gezonden om het bataljon operationeel te houden, want
uiterlijk op 15 augustus 1951 dienen de terugkerende manschappen van het
eerste bataljon in te schepen voor hun terugkeer naar België.
Uit navragen is gebleken dat 75% van de vrijwilligers naar België
wenst terug te keren. - Als het droog is, moeten de bestuurders van jeeps en
vrachtwagens een grote anti-stofbril dragen of een geïmproviseerd masker,
met halsdoek. Men rijdt
doorheen grijze stofwolken, die de keel aantasten.
De gemiddelde snelheid is 10 tot 15km/uur. - Als het regent, zijn de wegen eerder beken, vol modder. - Het bataljon
ontvangt het bevel de Royal Ulster Rifles af te lossen, op heuvel 194, aan
de overzijde van de Imjin-rivier. Dit
is een moeilijke opdracht omdat het bataljon
op dat ogenblik slechts 466 inzetbare manschappen omvat en er moeten 880
'Ulsters' worden vervangen. De
vrijwilligers leggen schuttersputten aan, plaatsen mijnen en rollen
prikkeldraad af, ter bescherming van hun stelling. - In Brussel wordt
beslist dat de krijgsraad 'Te Velde' bevoegd zal zijn ook voor de
Luxemburgse vrijwilligers en de Koreanen, in dienst van het bataljon. Wat
de Luxemburgers betreft zijn ze te beschouwen als individuele
vrijwilligers in het Belgisch leger.
Wat de Koreanen betreft : ze zullen als burgerlijke medewerkers
worden beschouwd, maar toch onder het militair gezag van de Belgische
krijgsraad vallen. - De Amerikaanse
verliezen, sinds het begin van de oorlog, bedragen 10.363 doden en meer
dan 40.000 gekwetsten. - Het bataljon (en
de 29ste Britse Brigade) wordt aangevallen door het 63ste Chinese leger,
in een grootscheeps lente-offensief.
De Belgen kunnen terugtrekken uit hun positie aan de Imjin op 23
april 1951. - De Chinezen hebben
grote verliezen en het offensief wordt stopgezet. - Het Britse
bataljon van de 'Gloucesters' wordt hevig aangevallen door Chinese
infiltranten, die de Imjin waren overgestoken.
Slechts 40 manschappen zullen later de Britse stellingen kunnen
vervoegen; de anderen worden gedood of gevangen genomen. - Een peloton, onder
leiding van luitenant J. Hosdain wordt naar de bruggen gezonden, ter
verkenning; het peloton bereikt de eerste brug om 06.35 uur, zonder
tegenstand te ontmoeten. Een sectie van 6 manschappen, onder leiding van
1ste sergeant G. Lemouche wordt ter verkenning naar de tweede brug
gezonden, om 08.00 uur, maar valt in de handen van de Chinezen.
De bruggen worden gecontroleerd door de Chinezen, zodat de
terugtocht van het bataljon, over deze bruggen, problematisch wordt. Inmiddels wordt de C-compagnie zwaar aangevallen en geraakt
in moeilijkheden. Een
tegenaanval, geleid door compagniecommandant luitenant P. Janssens
verlicht de druk. Vrijwilligers
van het Luxemburgs peloton en vier tanks van het 7de Regiment van de 3de
Amerikaanse Cavaleriedivisie steunen deze acties. - Luitenant-kolonel
A. Crahay wordt gekwetst door een fosforgranaat, die ontploft op de tank
waarop de bataljonscommandant had plaatsgenomen, ter observatie. - Vanaf 13.00 uur
begint het bataljon zich terug te trekken; dit zal geheel de namiddag
duren en wordt gesteund door de UNO-luchtmacht, twee eskadrons Amerikaanse
tanks en een bataljon van het 7de Regiment van de 1ste Amerikaanse
Infanteriedivisie. De terugtocht zal tot 23.00 uur duren : de manschappen,
per compagnie, doorheen de Imjin en de voertuigen, via de bruggen. - Het bataljon
verloor bij de Imjin 12 doden en 30 gewonden. - Aan de Imjin
sneuvelden : 1ste sergeant G. Lemouche, sergeant A. Claes, de soldaten F.
Cabuy, P. Claeys, R. Cornette, A. Degand, L. Degroote, L. Dumont (hij was
zwaar gekwetst en overleed in het militair hospitaal, in Tokio, op 26
april 1951), L. Henrot, A. Masset, M. Pieters en R. Vandeputte. - Bij de terugtocht
is 10% van de wapens en 70% van de persoonlijke uitrusting verloren
gegaan. Slechts enkele wagens
zijn achtergelaten of verloren gegaan. - Bij de Imjin kreeg
het bataljon steun van Amerikaanse tanks, artillerie en luchtmacht.
Helikopters evacueerden de zwaar gekwetsten en een bataljon van het
7de Amerikaanse Regiment/.....Infanteriedivisie deed een tegenaanval bij
de terugtrekking van de Belgen. - De lichamen van de
zes krijgsgevangen Belgen (samen met twee Britten) worden teruggevonden. - De Belgische
vrijwilligers worden achter de Chinese linies gebracht, te samen met
Britse krijgsgevangenen; ze worden goed behandeld en krijgen voedsel. Rond
16.00 uur doen een UNO-troepen een tegenaanval, o.a. met een
napalm-bombardement tegen de stellingen waar de krijgsgevangenen zich
bevinden. Ze trachten, samen hun bewakers, een beschutte plaats te
bereiken; ze worden echter beschoten van op de top van een heuvel, wellicht
denkt de Chinese commandant dat de gevangenen trachten te ontvluchten of
lijkt de situatie uit de hand te lopen.
1ste sergeant G. Lemouche, soldaten P. Claeys, R. Cornette, A.
Degand en L. Henrot worden ter plaatse gedood.
Soldaat M. Dumont slaagt erin te ontsnappen, alhoewel hij gewond
is, te samen met twee Britse militairen; hij tracht de Imjin over te
steken, maar de stroming is te sterk en hij verdrinkt. - Om 12.00 uur is
het bataljon reeds opnieuw georganiseerd en uitgerust met nieuw materieel.
De vrijwilligers nemen nog deel aan gevechten en worden op 25 april 1951
uit de strijd genomen en naar Seoel vervoerd. - Door het
Koninklijk Besluit Nr. 731 wordt de eerste eervolle onderscheiding
toegekend aan een Belgisch vrijwilliger : Kruis van Ridder in de Orde van
Leopold II, aan luitenant P. Beauprez.
Er zullen later nog vele eervolle onderscheidingen volgen. 25 april 1951. - Majoor S.B.H. G.
Vivario wordt commandant van het bataljon, tot 10 juli 1951, als eerste
bevelsperiode. - Het bataljon is nu
defensief opgesteld (tot 23 mei 1951) rond de rivier Han, tussen de
plaatsen Kimpo en Changi-Ri. - Er wordt een nieuw
trainingscentrum opgericht in Kaulille. Dit centrum zal geen voldoening geven, ,omdat er te weinig
materiële voorzieningen zijn. - Majoor S.B.H. G.
Vivario zendt een belangrijk rapport aan de Minister van Landsverdediging,
waarin hij o.a. zegt : ° Het Belgisch
bataljon dient dezelfde taken uit te voeren als een normaal bataljon, van
minimum 750 manschappen (terwijl de Amerikanen een effectief van 1000
manschappen hadden vooropgesteld).
Als er minder dan 750 manschappen zijn, dan leidt dit tot te grote
vermoeidheid, te vermijden verliezen en risico's voor totale vernietiging,
in geval van een massale Chinese aanval. ° Er staat tekstueel
in het rapport : "Een peloton
meer aan de Imjin zou het grootste deel van de verliezen aan de Imjin
hebben vermeden." - Rekening houdend
met de noodzaak voor dringende aanvulling van het bataljon in Korea, werd
bepaald dat ook burgers tussen 18 en 30 jaar, die nog niet hun militaire
dienst volbrachten, in aanmerking komen.
Voor het eerste bataljon was dit niet het geval.
Deze personen dienden een verbintenis te sluiten voor drie jaar;
hiervan was vier maanden voorzien voor de basisopleiding, in België; één
jaar als vrijwilliger voor Korea, de reistijd inbegrepen; de rest van de
drie jaar in een eenheid in België. 20 mei 1951. - Ondanks het
veelvuldig aandringen van luitenant-kolonel S.B.H. A. Crahay was er dus
een periode van vijf maanden na het vertrek van het eerste bataljon,
vooraleer een eerste versterking kon vertrekken; dit bewijst dat de
politieke - en militaire autoriteiten in België te weinig aandacht
schonken aan de noden van het bataljon in Korea, wat betreft het aantal
manschappen. De Amerikaanse
eisen voor een bataljon bepaalden dat 1000 manschappen dienden ingezet te
worden. Slechts éénmaal
tijdens de oorlog in Korea werd dit aantal bereikt in het Belgisch
bataljon. - Het bataljon gaat
in stelling bij de universiteit van Seoel om er te helpen bij een
eventuele terugtrekking uit de hoofdstad.. - Het bataljon neemt
opnieuw stellingen in bij de Imjin-rivier, tot 9 juli 1951. - Het bataljon kan
nu beschikken over twee compagnies Koreaanse hulpkrachten. - Er verschijnen in
diverse dagbladen uitgebreide commentaren over de speciaal voor de
vrijwilligers op 30 mei 1951 goedgekeurde wet : over de vergoedingen, het
statuut van de gekwetsten en zieken, de steun aan de families, enz... - Majoor Moreau de
Melen keert terug naar Brussel om uitgebreide besprekingen te houden over
de toekomst van het bataljon. Eigenlijk was een sterkte van 1000
manschappen voorzien, maar slechts 700 vrijwilligers vertrokken naar
Korea. De inzetbare
manschappen zijn soms tot minder dan 500 gereduceerd. Aanvullingen moeten
dus dringend naar Korea worden gezonden. - Soldaat A Terdeuze
sneuvelt te Sindae-Ri. - Getalsterkte van
het bataljon : 708 vrijwilligers. - Op een vraag in de
Kamer van Volksvertegenwoordigers antwoordt de Minister van
Landsverdediging dat hij nominatief benoemde, de commandant van het
bataljon (luitenant-kolonel S.B.H. A. Crahay), de tweede in bevel (majoor
S.B.H. G. Vivario), de compagniecommandanten en de officieren, die de
voornaamste functies zouden vervullen. - Een eerste groep
van 8 gewonde vrijwilligers, die het bataljon dienden te verlaten, komt in
Londen aan, na een lange reis met het stoomschip 'Tunera' - Het Ministerie van
Landsverdediging meldt dat de lichamen van 5 vermiste vrijwilligers
(tijdens het Chinese offensief van einde april) werden teruggevonden bij
de verovering van het verloren gedane terrein. - Beslist wordt om
de Kamina terug naar Korea te laten varen, na het uitvoeren van
herstellingen; het is de bedoeling om de terugkerende vrijwilligers van
het eerste bataljon naar België terug te brengen. 18 juni 1951. - In Kaulille, het
nieuwe trainingscentrum, komen 170 vrijwilligers aan voor hun opleiding. -
Kapitein-commandant F. Poswick overlijdt, in bevolen dienst, ten gevolge
van een auto-ongeval, in Yong-Dong-Po.. 23 juni 1951. - Eerste voorstel
van de Sovjet Unie om te beginnen met onderhandelingen over een
wapenstilstand. Deze onderhandelingen starten in Kaesong op 10 juli 1951,
maar worden afgebroken - zonder resultaten -
op 22 augustus 1951. Ook
generaal Ridgway, commandant van de UNO-troepen had een dergelijke oproep
gelanceerd. Inmiddels zijn er
geen zware gevechten, de posities worden geconsolideerd en de voorraden
aangevuld. . - Het bataljon doet
een uitgebreide verkenning, met drie compagnies, zonder contact met de
vijand. Deze verkenning zal
worden herhaald op 2 en 9 juli 1951. - Soldaat K.
Lesuisse overlijdt in het Mash-hospitaal 8063, in Korea, als gevolg van
opgelopen verwondingen. - Luitenant-kolonel
S.B.H. A. Crahay wordt commandant van het bataljon, tot 14 september 1951,
als tweede bevelsperiode. - Te Kaesong, een
plaats tussen de stellingen van de beide legereenheden, beginnen
onderhandelingen over een wapenstilstand. Dit zal meer dan twee jaar duren
en leiden tot de definitieve stopzetting van de vijandelijkheden, op 27
juli 1953. 21 juli 1951. - Soldaat J. Broeckx
sneuvelt in het gevecht. 2 augustus 1951. - Het bataljon
krijgt - op recent ingenomen stellingen - een stortvloed van regen over
zich heen, die 16 uren zal duren. - Soldaat A. Vifquin
sneuvelt te Sindae. Hij verdronk tijdens gevechtsacties, bij het
overschrijden van de Imjin. 14 augustus 1951. - Het bataljon is nu
volledig uitgerust met Amerikaans materieel en omvat - volgens de
Amerikaanse organisatie - een stafcompagnie, twee fuseliers compagnies en
een compagnie 'zware wapens'. Een
dertigtal Amerikaanse officieren en onderofficieren hebben gezorgd voor
een initiatie met het nieuwe materieel en een aangepaste training. - Er wordt een
bomaanslag gepleegd op de lokalen van de Communistische Partij van België,
Stalingradlaan te Brussel. De
dader is sergeant R. Magnin, pas teruggekeerd uit Korea; zijn motief berust
op een verdere strijd tegen het communisme.
Hij wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. - Het bataljon gaat
over van een Britse organisatie naar een Amerikaanse organisatie, wat een
ingrijpende verandering betekent i.v.m. materieel en wapens. - 450 manschappen
van het eerste bataljon verlaten het strijdtoneel met een Amerikaans
troepentransportschip. 2 september 1951. - Luitenant-kolonel
S.B.H. A. Crahay beklaagt er zich over bij de Commandant van de Belgische
Strijdkrachten dat de selectie van de vrijwilligers der versterkingen veel
minder streng gebeurde en dat hun opleiding onvoldoende was, ten nadele
van de kwaliteit der manschappen. - Majoor S.B.H. G.
Vivario wordt commandant van het bataljon, tot 29 oktober 1951, als tweede
bevelsperiode. - Uit een nota van
de Belgische verbindingsmissie in Tokio blijkt dat er een gemiddelde van
100 manschappen van het bataljon niet beschikbaar is voor de inzet, wegens
ziekte en ongevallen; dus niet wegens gevechtsacties.
Dit vermindert vanzelfsprekend de beschikbare mankracht van het
bataljon. Er zijn daarvoor
veelvuldige oorzaken : het nemen van te grote risico's in de stellingen;
onzorgvuldige handelingen met wapens, roekeloos rijden op de wegen;
venerische ziektes; onvoorzichtigheid en/of vermoeidheid, enz... September 1951. - De Koreaanse
hulpkrachten bij het bataljon worden nu opgenomen in een militaire
structuur. In de loop van de
oorlog zullen negen Koreanen, in dienst van het bataljon, sneuvelen. - Het bataljon wordt
ingedeeld bij het 15de Amerikaanse Infanterie-regiment van de 3de
Amerikaanse divisie en neemt stellingen in bij Chorwon.
Het gaat om een geïsoleerde heuvel in het midden van een vlakte. - Het bataljon wordt
hevig aangevallen bij heuvel 391 (Broken
Arrow), tot 14 oktober, vooral
met artillerie-beschietingen. - Sneuvelden tijdens
de gevechten in Haktang-Ni : Onderluitenant J. Dehalleux (13/10),
onderluitenant W. Van Driessche (11/10), 1ste sergeant J. Depree (12/10),
1ste sergeant J. Schouterden (14/10), sergeant C. Caudron (13/10),
soldaten F. Bogaerts (10/10), J. Chiry (11/10), Ch. De Groot (11/10), R.
Klausing (13/10), A. Van Puymbroeck (11/10). - Alhoewel het de
gewoonte was dat de Chinezen hun gesneuvelde manschappen zoveel mogelijk
meenamen, na het gevecht, telde het batalajon op 13 oktober 1951 130
Chinese gesneuvelden in de onmiddellijke omgeving van de Belgische
posities. - Het bataljon wordt
aangehecht bij de 1ste Amerikaanse Cavalerie-divisie en neemt stellingen
in bij Chokko-Ri, tot 12 november 1951. - In Pan-mun-jon
beginnen de definitieve onderhandelingen i.v.m. de wapenstilstand. Luitenant-kolonel
S.B.H. A. Crahay wordt commandant van het bataljon, tot 21 november 1951,
als derde bevelsperiode. 20 november 1951. - Het bataljon neemt
stellingen in bij Kojakkol, samen met het 65ste Regiment van de 3de
Amerikaanse Infanteriedivisie. - Luitenant-kolonel
S.B.H. N. Cools wordt commandant van het bataljon, tot 23 februari 1952. 22 november 1951. - Soldaat N.
Rotsaert overlijdt in bevolen dienst te Chongin-Ni. - Soldaat E. Mottart
sneuvelt te Kojakkol. - Een aantal
vrijwilligers, teruggekeerd uit Korea, krijgen eervolle onderscheidingen
van eerste minister Pholien; onder hen : luitenant-kolonel Crahay, majoor
Moreau de Melen, commandant Nicodème, militair auditeur Roggen en zeven
gekwetste vrijwilligers.
9 december 1951. - Soldaat F. Wattiez
overlijdt in bevolen dienst te Kojakkol. - Het bataljon voert
de 'Operatie
Camelia' uit. Het
doel hiervan is de Chinese posities te verkennen. - 1ste sergeant A.
Biron sneuvelt te Nalgung-Dong. 31 december 1951. - Getalsterkte van
het bataljon : 701 vrijwilligers. Einde 1951. - De uitgevoerde en
gerechtvaardigde betalingen voor het bataljon bedroegen voor 1951 : 18,-
miljoen BF. De opleiding in
Kaulille en in Korea.. (Getuigenis van soldaat
L.V.B.) - Ik was in juni/juli 1951 in Kaulille.
Omdat ik ouder was dan de gemiddelde vrijwilliger, was de opleiding
zwaar. Ik herinner me nog een heuvel, met een boom, waaraan een touw
gespannen was; we slingerden naar beneden over een vijvertje; de
sergeant-instructeur maakte het touw los omdat we niet vlug genoeg naar
beneden gleden en ik viel in het water.
Er was ook ontspanning : er was kermis in Kaulille en een paar
kameraden en ikzelf keerden 2 autootjes van de auto-scooter om. - Ook in Korea was de opleiding zwaar; een voorbeeld : met
een rugzak, gevuld met grote keien moesten we de heuvels beklimmen. In het
struikgewas vonden we groen-zwarte slangen, die we doodden met onze schop. Een
chauffeurs-opdracht in Korea. (Getuigenis van soldaat L.V.B.) - Toen het eerste bataljon terugkeerde naar België werd
ik chauffeur van een jeep, met aanhangwagen.
Als men bergop reed mocht het gaspedaal niet losgelaten worden,
want anders kon de jeep niet meer starten en verder
rijden. De aanhangwagen was altijd zwaar
geladen met tentzeilen,
kitbags, eten, enz... De tanks hadden diepe voren in de grond getrokken,
die bevroren waren. De
voorbrug van een jeep was vrij laag en sleepte dan ook soms over de grond;
dit was de oorzaak van kapotte voorbruggen, waardoor de jeep naar de
Amerikanen moest, ter herstelling. De
meeste defecten konden door mijzelf of in het bataljon worden hersteld. De
jeeps waren sterke wagentjes. Als
mijn jeep niet werd gebruikt, nam ik de 'delco' af, om te vermijden dat
anderen er ongepast gebruik zouden van maken. - Tijdens mijn opdrachten - meestal het aanvoeren van eten
- werd ik nooit beschoten.. Eenmaal
heb ik toch wel een halfuur onder mijn jeep gelegen, op een 50m van
Chinezen, die bezig waren lijken op te halen, tot ze verdwenen waren.
Het was avond en donker en ik was gans alleen. (Getuigenis van dokter
S.K.) - De onderofficieren moesten kunnen inspuitingen geven en
een baxter-infuus aanleggen.; elke onderofficier kon ook morfine toedienen
en had een elementaire kennis hierover (bv. geen morfine bij hoofdwonden). - Elke compagnie had één onderofficier van de medische
dienst en twee of drie verplegers bevonden zich in de verbandpost van de
compagnie. Met een
peloton-patrouille ging niet altijd een verpleger mee. - We hadden een oude, maar stevige Engelse ambulance; een
zeer goede Amerikaanse; één geschonken door een Belgische firma (Beherman-Demoen),
die te zwak was; jeeps, met twee draagbaren om gekwetsten te vervoeren
naar de centrale verbandpost. - Er werd aan preventieve geneeskunde gedaan. Voorbeeld :
de manschappen werden verwittigd niet van de waterlopen te drinken,
waaraan ze toch de voorkeur gaven boven het water, met chloortabletten,
dat slecht smaakte. Ze kregen
voorlichting over hygiëne, voeten, nagels, kledij, wassen, ... Dit was
geen onderricht in een klas, maar gebeurde door uitleg te geven en te
overtuigen. - De taak van de medische dienst bestond erin de
gekwetsten 'in staat van evacuatie' te brengen : de bloedingen stelpen,
door drukverbanden; de infecties voorkomen, door antibiotica; de
ademhaling stimuleren door toediening van zuurstof, enz... Het hospitaal was op een afstand van gemiddeld 10 tot 15
minuten, per jeep. - Om de twee waken was er op zondagnamiddag, bij de
Amerikanen, een conferentie over een belangrijk of actueel medisch
probleem. - De ziekten waren : paratyphoïde (spijsvertering,
diarree) als gevolg van onvoldoende hygiëne; parasitaire ziektes
(malaria, ...) waarvoor atebrine en kinine werden verstrekt; nierkolieken,
als gevolg van te weinig drinken; venerische ziektes, gevechts-schokken. - Tijdens de rustperiode was er een systeem van
spreekuren; tijdens de gevechten was de medische dienst permanent
beschikbaar. - Het gebeurde nogal eens - tijdens de rustperiodes - dat
enkele manschappen een periode van 'vrij van dienst' of 'vrij van
lichamelijke training' probeerden te bekomen.
Soms was dit nodig, maar als het om veinzers ging, nam dokter Guérisse
hen mee voor een tochtje van een tiental kilometer, te voet natuurlijk. - De gekwetsten werden bijna altijd afgevoerd naar Tokio.
Ik moest nogal eens naar Tokio, om na te gaan hoever het herstel
gevorderd was en of er geen 'pseudo-zieken' waren; het gebeurde een paar
keer dat ik iemand terugvond, die al een baantje had gevonden, bv. in een
Amerikaans hospitaal. - Sommige manschappen waren zeer handig bij hulpverlening.
Zo bv. sergeant Vervloesem was eigenlijk T.S., maar op een keer
moest hij enige verbanden plaatsen; hij deed dat zó handig dat er nog
meer op hem beroep werd gedaan en dat hij tenslotte in de medische dienst
terechtkwam. ******************************************************************
|