
|
Ere Kolonel Vlieger Xavier Vanbever Onderluitenant in Korea 1953-1954 Deze bijdrage gaat over een gebeurtenis in Kongo, waar vele oud-Koreavrijwilligers, hun loopbaan in het leger hebben verder gezet. Dit verhaal gaat over zo'n gebeurtenis dat de moed en doorzettingsvermogen en de know how van een helikopter piloot vertelt. Lt Vanbever, piloot van de eerste generatie helikopterpiloten vertrok als vrijwilliger naar Kongo in de lente van 1960. Hij ontmoet er vele oud-korea vrijwilligers zoals Kapitein Saint, de legendarische Kapitein Ledant maar hij miste zijn body van de para's en van Korea Luitenant Leleu Fons die op missie was.Van 6 juni tot 22 september heeft hij verschillende opdrachten uitgevoerd in zeer moeilijke en bizarre toestanden want het onafhankelijk geworden Kongo werd voor de Belgen een harde dobber. 22 September begon reeds met een lichte aardbeving
en ik kreeg de opdracht om twee gekwetsten over te vliegen van Rumonge
naar Usumbura. Het was een donkere nacht en ik kon de landingsplaats
van de opwachtende gekwetsten niet precies lokaliseren. Mijn
brandstof raakte op en ik besloot terug te vliegen naar USA (Usumbura)
waar Kapt Ledant me opwachtte. Ik vertelde mijn wedervaren met de nadruk
op het gebrek aan verlichting. Wij besloten een tweede poging te
wagen. Kapt Ledant zou me vergezellen en mee uitkijken bij het volgen van
de oever. Wij bereikten gelukkig de verlichte landingsplaats brachten de
gekwetsten aan boord en vertrokken terug richting USA.
Een
zaak is zeker, gedurende mijn terugvlucht daalde de luchtdruk
waarschijnlijk nog steeds. In dergelijke omstandigheden bestaat er een
gouden regel in het vliegwezen: “ Into low look below “. Gans de tijd
voorafgaand aan mijn crash besefte ik wel dat die regel op dat ogenblik
van toepassing was en handelde ik in functie hiervan. Ik zocht contact met
het wateroppervlak en ben uiteindelijk gewoon in het meer gevlogen met 150
ft. op mijn hoogtemeter. Naderhand vernam ik dat op die plaats ( een baai)
de luchtdruk meer daalt dan op andere plaatsen langsheen de oever van het
meer. Als gedurende de terugvlucht de luchtdruk 5 mb daalde, vloog ik met
150 ft. aangeduid op de hoogtemeter in werkelijkheid op niveau van het
meer! ( 1 mb = 30 ft ) Dit laatste is goed mogelijk gezien na mijn vertrek
uit Rumonge het weer steeds slechter werd en het onweer ons bovendien
overviel van de bergflanken naast het meer.
Ik
kwam dus terug tot bewustzijn onder water. Het drong stilaan tot me door
dat ik in het meer lag, nog vastgesnoerd op mijn stoel in de cockpit. Het
was net of ik in een aquarium zat met troebel water. Dat gesluierd beeld
zag ik in de schijn van de navigatielichten die nog werkten. Omdat ik met
het hoofd naar beneden aan mijn stoel hing was mijn oriëntatie alles
behalve goed. Ik voelde dat de deur nog dicht was en zocht in alle haast
de deurklink en kreeg ze uiteindelijk open. Het was hoog tijd om aan de
oppervlakte te raken want ik stikte bijna en zwolg volop water. Na het
losmaken van mijn gordel werkte ik me uit de cockpit en kwam aan de
oppervlakte, snakkend naar verse lucht. De heli lag omgekeerd in het
water, alleen het landingsstel stak er nog een stuk bovenuit. Ledant had
de gekwetsten zo goed hij kon op de drijvende heli gelegd. We plaatsten
ons elk aan een zijde en hielden de gekwetsten ter plaatse op het drijvend
wrak en overlegden wat we verder nog konden ondernemen. De gekwetsten
waren onze grootste zorg. Het water was tamelijk woelig aan de
oppervlakte. De navigatielichten bleven licht geven, wat ons toeliet de
onmiddellijke omgeving te zien. Op een bepaald ogenblik hebben we beiden
lang en luidkeels om hulp geroepen, helaas zonder enig resultaat. Met elke
minuut die verstreek werd de situatie kritischer. Ik had al een tijdje in
de gaten dat het landingsstel steeds verder wegzakte in het golvend water.
Het onweer bleef aanhouden en af en toe als er een bliksemschicht door de
lucht kliefde was er een “V” waar te nemen in de bergen.Moest Ledant
of ik naar de oever zwemmen om hulp te zoeken zou dit de laatste
mogelijkheid zijn op een redding.Onze toestand werd steeds dramatischer.
De gekwetsten moeten dat ook wel gemerkt hebben. Een van hen heeft toen
gezegd, zwem naar de oever als ge kunt en red uzelf. We zijn gebleven tot
het laatste ogenblik. Wat ieder van ons verwachtte gebeurde, de heli begon
op een bepaald ogenblik snel weg te zakken in het water. Enkele tellen
later zaten we in een volstrekte duisternis. Ik was moe en had nog altijd
mijn volledige kledij aan, schoenen inbegrepen. De gekwetsten drijvend
houden werd een zware dobber. Met een van de twee gekwetsten ben ik onder
water verdwenen. Ik kon mijn armen niet meer bewegen, ik zat in een greep.
Al zinkend dacht ik aan mijn gezin en nam afscheid het ging naar een
einde.
Maar het was niet gedaan. Ik kwam terug boven water, brakend en naar lucht happend. Het onweer hing nog steeds in de lucht. Zo goed en zo kwaad het ging trachtte ik drijvend te blijven om terug op krachten te komen. Opnieuw ging mijn aandacht naar elke bliksemschicht om mij te oriënteren als de “V” in de bergen even zichtbaar werd.Ik was nog steeds gekleed en dat hinderde me geweldig. De knoppen van mijn hemd kreeg ik niet meer open. Met veel moeite trok ik het over mijn hoofd en meteen was ik ook mijn uurwerk kwijt. De striptease in het meer was afmattend en het nam heel wat tijd in beslag voor ik alles uitgetrokken had. Eens zo ver heb ik enkele malen luid geroepen maar kreeg geen antwoord. Ik had nochtans de indruk dat er ergens iemand luid hoestend in de omgeving was. Alleen het geluid van klotsend water bleef hoorbaar. Bij de volgende bliksemschicht begon ik te zwemmen in de richting van de V, nu eens op de rug en dan weer omgekeerd. Telkens er een bliksem de hemel verscheurde stelde ik vast dat ik parallel zwom met de oever en in zuidelijke richting. Hoe dikwijls ik dit vaststelde is me ontgaan, maar dat het ontmoedigend was dat is me wel bijgebleven. Het zwemmen moet steeds trager verlopen zijn door het dalend ritme van mijn bewegingen die almaar meer aan kracht verloren. Volgens gissingen achteraf moet ik ongeveer 1 Hr 30 in het water verbleven hebben. Totaal verrast voelde ik eindelijk stenen, ik had de oever bereikt zonder het te zien. Ik voelde me opgelucht en kroop op handen en voeten de helling op om de brede aardeweg te bereiken. Om richting NOORD te gaan moest ik het meer aan de linkerhand houden. De eerste stappen op die weg gaven me een gevoel van opluchting en blijheid. Dat gelukzalige gevoel verdween snel bij het voelen van de stenen onder mijn voetzolen. Na een tiental minuten gesakker op die ongelijke weg vol putten en bezaaid met stenen, kwam ik op hoogte van een klein kiezelstrand waarop een lichtende lantaarn stond. Iets daar vandaan tegen de helling stond een hutje.Ik ging een kijkje nemen in die hut en vond er drie slapende inboorlingen. Waarschijnlijk waren het vissers want er lagen een paar bootjes op het piepkleine strandje. Ik schudde even het lichaam dat het dichtst bij de uitgang van de hut lag. Hij bewoog en ik hoorde een luide kreet. Die brave ziel sprong recht en moest waarschijnlijk geschrokken, verbaasd, verwonderd of alles samen geweest zijn. Ik groette hem met “jambo”, om hem gerust te stellen en vroeg in het Frans hoe laat het was.Hij bekeek me nog even en rende weg.Ik dacht, hier sta ik nu te kijk in mijn onderbroek met hier en daar wat verkleurde huid en de rest blank, blank, blank. De twee overige inboorlingen waren door de kreet van hun gezel ook klaarwakker en keken naar mij als naar een verschijning. Na een korte periode kwam de weggelopen bode terug in gezelschap van een vierde inboorling die gekleed was als een Europeaan. Deze man was met zijn VW kever gekomen en vroeg wat er gebeurd was. Toen ik begonnen was hem te vertellen wat er misgelopen was, kwam er van de weg iets hoger op de helling nog een blanke in onderbroek uit de duisternis te voorschijn. Deze blanke was Ledant. Ik was blij hem weer te zien. Hij vatte onmiddellijk aan met de verdere uitleg en vroeg of een van de boten kon uitvaren om te zoeken naar de twee gekwetsten. De regen had opgehouden maar het donderde nog altijd. Een van de boten is nog uitgevaren maar kwam enige tijd later onverrichter zake terug. Het was zoeken naar een naald in een hooiberg op dat uitgestrekte watervlak. De geëvolueerde inboorling had dekens meegebracht. Persoonlijk was ik heel dankbaar om zo een deken om me heen te kunnen slaan. Het was erg fris geworden en de nacht reeds ver gevorderd. Toen iedereen het vruchteloze van verdere zoekacties inzag, heeft de eigenaar van de kever ons naar COMRU gebracht, waar we in de vroege ochtenduren toekwamen. Ik herinner me nog dat ik er onmiddellijk onder handen genomen werd door een dokter. Het woord shocktoestand klonk in mijn oren en de dokter haalde een spuit uit zijn tas en gaf me een injectie. Tegenpruttelen zou niet veel geholpen hebben. Na die injectie hebben ze mij in een groot bed gestopt, in een grote kamer waar het einde van een nachtmerrie overging in een diepe slaap. Ik sliep de rest van de nacht, de dag daarop en de nacht die daarop volgde. . Eigenaardig genoeg vind ik in dit artikel geen woord over de aanwezigheid van krokodillen in het Tanganika meer. Men beweert dat deze dieren niet in het water komen als er onweer is, maar zegt Xavier , daar denk je op dat moment niet aan.
|